Bekende Blauw-Witters

Enkele bekende namen die ooit eens het Blauw-Wit droegen:

Barry Hughes
barry hughes
Toen hij als voetballer veertig jaar geleden in zijn gewone kloffie arriveerde voor zijn eerste training bij het Amsterdamse Blauw-Wit, wachtte hem in de kleedkamer een onaangename verrassing, er hing niets op zijn knaapje! De nieuwe teamgenoten verbaasden zich juist over Hughes. Waarom had de aanwinst geen tas bij zich?

In die tijd werden nederlandse voetbalplunjes nog gereinigd door moeders en echtgenotes. Hughes: Ik heb Keizer en Zwart nog ‘s avonds om half zeven op de brommer naar de Meer zien rijden, hun tas onder de bagagedrager. Dankzij Hughes kwamen de Blauwwitters te weten hoe dat in Engeland was geregeld: een wasmachine op het stadion. Het duurde niet lang of in alle nederlandse stadions draaiden wasmachines op volle toeren. Later werd Hughes bekend als trainer voor Haarlem, Sparta, Go-Ahaed, Utrecht en MVV. Hij woont nu in Heemstede.

Frank Rijkaard
frank rijkaard
Stapte over op 11 jarige leeftijd van SC Buitenveldert naar Blauw-Wit. Hier speelde hij van 1973 tot 1976. Daarna speelde Frank 3 jaar bij DWS om vervolgens furore te maken bij Ajax. Vervolgens speelde hij bij Real Saragossa (1988), AC Milan (1988-1993) en keerde uiteindelijk terug bij Ajax (1993-1995). Tevens heeft hij 73 interlands op zijn naam staan. Vervolgens heeft hij enkele jaren het nederlands elftal gecoacht.

Regillio Vrede
regilio vrede
1995 (geb.18-1-73 te Suriname) Speelde als amateur bij Blauw-Wit voordat hij in 1995 als prof door RKC werd aangetrokken. In 96 vertrok hij naar Roda JC en speelde tot voor kort bij FC Groningen. Regillio werd in die tijd gezien als een van de beste verdedigers van Nederland en zag Rijkaard als zijn grote voorbeeld. In het jaar 2000 werd hij getroffen door een hersenvliesontsteking maar revalideerde volledig. Interesse van Ajax, Kaisserslautern, Hertha BSC en diverse grote Engelse clubs leidde niet tot een transfer.

Richard van Heulen

Begon als Blauwwitter en speelde vervolgens bij Ajax en Zeeburgia. In seizoen 2001 stond Richard onder contract bij Telstar.

Tonny Bruins Slot

Haagse Tonny voetbalde vroeger als aanvaller voor DWS, FC Zaanstreek, AZ’67 en Blauw-Wit. Tot een knieblessure hem het voetballen onmogelijk maakte. Vervolgens keerde hij terug als trainer bij FC Amsterdam en daarna Ajax-jeugd. Aan de zijde van Johan Cruijff maakte hij prachtige jaren mee bij Ajax en Barcelona. Terug in Nederland reorganiseerde hij de jeugd voor PSV en verzorgde de PSV-scouting.

Jan de Natris
jan de natris
1910 (1895-1972) : Speelde als links en rechtsbuiten voor Swift, Blauw-Wit (tot 1915) en daarna Ajax. Voetbal was een overzichtelijke sport totdat Jan er zich mee bemoeide. Altijd lag hij met iemand overhoop. Hij was een volksheld en rebel, wist dat hij alles kon flikken en dat deed hij dan ook: van pierewaaien tijdens de kampioenswedstrijd tot frisbeeën met de grammofoonplaten van een bondsofficial. “Kellner, geef meneer den linksbuiten een stoel!”. Hij ontwikkelde zich tot het grootste idool dat Ajax tot dan toe binnen de lijnen had gehad. Hij bleef echter een lastige knaap. Perioden van schijnbare onverschilligheid werden afgewisseld met geniale acties. In 1918, toen Ajax kampioen werd, moest men het zonder De Natris stellen, die de trein naar Tilburg had gemist. Een paar maal verwisselde De Natris van club om steeds weer bij Ajax terug te keren.

Jack Reynolds
jack reynolds
Trainer van Blauw-Wit van 1925 tot 1928..

Deze Engelsman was profvoetballer in Engeland en is bondscoach geweest van Duitsland. In 1916, toen de Olympische Spelen werden afgelast, kwam hij bij Ajax terecht. Hier ontpopte hij zich als een van Ajax grootste trainers. Na een conflict met het bestuur vertrok hij naar Blauw-Wit maar kwam in 1928 weer terug bij Ajax. Totaal is Reynolds een kwart van het bestaan van Ajax trainer geweest van alle Ajax elftallen.

Cor Wilders

Een briljant sportman die voor Blauw-Wit speelde als voetballer en als honkballer(werper). Ook speelde hij in het Nederlands voetbalelftal evenals het honkbalteam.

Bennie Muller
bennie muller
Op 5 januari 1958 debuteerde Bennie Muller voor Ajax, 426 wedstrijden later – op 3 mei 1970 nam hij afscheid van de club. De rechts half speelde nog voor Holland Sport en sloot zijn carriëre geblesseerd af bij Blauw-Wit. Muller, opgegroeid bij het Amsterdamse TDW, kwam 43 keer uit voor het Nederlands elftal. Hij had jarenlang een sigarenzaak en kiosk aan de Haarlemmerstraat in Amsterdam.

Nico Jonker, Amsterdams voetballer in hart en nieren.

Stond van 1959 – 1962 onder contract bij Blauw-Wit. Eerst als amateur, hij was toen ook geselecteerd voor het Nederlands amateur-elftal, later als semi-prof. “Uit die periode dat ik als amateur bij Blauw-Wit speelde, herinner ik me nog, dat de supportersclub geld voor me had ingezameld, omdat ik tussen die semi-profs voetbalde en wel voor de trainingen van het Nederlands elftal naar Den Bosch moest”.
“Jan, de bakker had me zondag uitgenodigd voor een wedstrijd tussen Ajax en Blauw-Wit.Nou, die slome het er eer mee ingelege.je wordt koud, mens, als je daar te kniesen zit.”

Dat zong Louis Davids al voor de oorlog. In die tijd, maar ook bij het begin van het betaalde voetbal in de jaren ”50 waren de wedstrijden tussen Ajax en Blauw-Wit legendarisch. Had de zanger van dit lied rond 1960 op de tribune gezeten, dan had hij Nico Jonker kunnen zien spelen. Nico (1940), de trainer van onze zondagselectie, stond van 1959 – 1962 onder contract bij Blauw-Wit.

Eerst als amateur -hij was toen ook geselecteerd voor het Nederlands Amateurelftal-, later als semi-prof. “Uit die periode dat ik als amateur bij Blauw-Wit speelde, herinner ik me nog, dat de supportersclub geld voor me had ingezameld, omdat ik tussen die semi-profs voetbalde en wel voor de trainingen van het Nederlands elftal naar Den Bosch moest”. Op een regenachtig avond in december 1999 halen Nico en Andre Lopes Dias (zie spotlight van oktober) herinneringen op aan de beginperiode van het betaalde voetbal.

Het is nu moeilijk voor te stellen, maar Blauw-Wit was toen een machtigere club dan Ajax. Het amateurisme van het Blauw-Wit bestuur is er debet aan dat de club niet op het hoogste niveau is gebleven. Nico’s vader was een Blauw-Wit man, dus lag het voor de hand dat Nico ook bij Blauw-Wit ging spelen. Dat kon zodra je 10 jaar was, maar bij Blauw-Wit moest je -net als nu bij Ajax- wel eerst een proefwedstrijd komen spelen. Het was al snel duidelijk dat Nico talent had, zodat hij als speler werd aangenomen.

Tot 1962 heeft hij daar gespeeld als rechtsbuiten of rechtsbinnen (voor de echte kenners: in het stopperspil of WM-systeem). Hij herinnert nog goed de afgelastingen: geen radio Noord-Holland, noch een internet pagina met afgelastingen, maar ’s morgens lopend naar de sigarenboer om te zien of er een stempeltje bij je wedstrijd stond! Interlands en andere belangrijke wedstrijden waren geen inzet van de commerciële TV, maar waren op de radio te horen met commentaar van Leo Pagano, Ad van Emmenes en Jan de Cler. En wat deed je dan na de wedstrijd: niet naar de nabeschouwingen en herhalingen kijken, maar zelf de wedstrijd naspelen op straat!

Hij herinnert zich ook zijn debuut in het eerste in het betaalde voetbal nog goed: “Dat was uit tegen ADO met 20.000 mensen op de tribunes. ADO had sterspelers als Mick Clavan en Theo Timmermans, maar wij wonnen met 2-1”. Ook de speciale wedstrijden tegen Feijenoord (met Coen Moulijn en Eddy Pieters Graafland) en Ajax (met Swart) staan Nico bij.

Ook wedstrijden die met de A-junioren of het Amsterdams elftal werden gespeeld tegen buitenlandse clubs, waren onvergetelijke momenten: “We speelden tegen West Bromwich Albion met Barry Hughes en Chelsea met Jimmy Greeves, een topvoetballer in die tijd”. In 1962 ging Nico voor Vitesse uit Arnhem spelen. Hij bleef in Amsterdam wonen en werken, zodat hij 2x in de week met de trein naar Arnhem moest om te trainen.

Die treinkaartjes werden wel vergoed en verder kon hij op een basis salaris van 1500 gulden per seizoen rekenen plus 80 gulden voor een overwinning, 40 gulden voor een gelijkspel en een tientje voor de moeite bij een nederlaag. Ook voor de training kreeg hij een tientje.

Het reizen was hij na 1 seizoen beu, dus in 1963 stapte hij over naar het Haarlemse EDO. Daar bleef hij ook 1 seizoen en keerde toen terug naar de amateurs van OVVO, de club waar zijn schoonvader Gé van den Busken een rol speelde. Na 2 jaar OVVO stapte hij over naar WV-HEDW. Toen Nico in 1982 trainer werd van KBV zaterdag, heeft hij zijn actieve carriëre afgesloten.

Hans Duikersloot : een Blauw-Witter “die er altijd stond”

Zaterdagavond om tien uur met een glas warme melk naar bed omdat er zondags gevoetbald moest worden? Nee, zo”n speler was ik niet” zegt Hans Duikersloot (41). Daar maakte hij geen geheim van, ook niet tegenover de trainer. Fysiek en mentaal stond de linkshalf van Blauw-Wit er immers altijd, wat hij de avond tevoren ook had gedaan.

Vooral de donderdag was een fijne stapavond: na de training lekker naar La Bastille aan de Lijnbaansgracht. Daar kwam half voetballend Amsterdam, dus in de dagen voor de derby’s was het lekker jennen geblazen. “Zondag zie je me alleen van de achterkant”, dat soort dingen. Veel verder ging het niet; een hele kantine rood schilderen, zoals mensen van IJsselmeervogels wel eens bij buurman en aartsvijand Spakenburg hebben gedaan, heeft Duikersloot nooit meegemaakt.

De ontmoetingen tussen stadgenoten waren de krenten in de pap, maar verre uitwedstrijden bevielen ook prima. “Eerst een biefstukje eten bij de Molen van Sloten en dan met de bus naar Rotterdam of zo. Dat was een geweldige belevenis, je voelde je een soort semi-prof.

Opmerkelijk weinig Amsterdamse spelers uit die tijd zijn doorgestroomd naar het betaald voetbal, vindt Duikersloot. Misschien kwam dat door de onbevangenheid waarmee iedereen in die tijd voetbalde. Het was een leuk tijdverdrijf, héél leuk zelfs, en als er belangstelling kwam uit het profcircuit, dan was dat mooi meegenomen. Daarom vond Duikersloot het ook niet erg dat hij als zeventienjarige niet bij de Ajax-jeugd mocht blijven – niet goed genoeg – en de overstap naar Blauw-Wit maakte. Hij ging studeren en wist al dat er meer in het leven was dan voetbal.

Tegenwoordig gaat het andersom, zegt Duikersloot. De zakelijkheid regeert. Een jongen van negentien die in het eerste van Turkiyemspor speelt, houdt bij elke stap die hij op het veld zet in het achterhoofd dat hij daarmee misschien ook een stap richting een profcarriëre maakt. “Clubliefde bestaat nog wel, maar dan in het derde of vierde team.

Erg vindt hij deze ontwikkelingen overigens niet. Voetbal, zegt Duikersloot, staat niet stil, maar is een afspiegeling van de maatschappij. Dat moet je accepteren. Dat wil volgens hem overigens niet zeggen dat het voetbal van tegenwoordig per definitie beter is. Misschien kunnen de huidige amateurs wel een grotere trukendoos opentrekken, maar een gezonde dosis gogme of een mooie pass over dertig meter?

Kom er maar eens om. Duikersloot weet waar hij over praat, want hij staat nog geregeld langs de velden bij amateurclubs, waar hij vaak oud-ploeggenoten tegen het lijf loopt. “Die staan dan langs de lijn naar hun zoontje te kijken. Het zijn bijna allemaal echte Amsterdammers, de meesten wonen nog steeds in de stad. De voormalige linkshalf volgt vooral de hoofdklasse van het zaterdagvoetbal en de Amsterdamse teams. “Dat vind ik leuker dan in de Arena naar Ajax kijken – afgezien van de grote wedstrijden dan.” Duikersloot heeft nog even in het Nederlands studententeam gespeeld en mocht op zijn 26ste nog twee proefwedstrijden spelen voor FC Utrecht.

Hij kon bij die eredivisieclub een C-contract tekenen, maar hij was inmiddels afgestudeerd en koos voor zijn maatschappelijke carriëre. Hij werd bedrijfsjurist bij een internationaal sportmarketingbureau en ziet in die hoedanigheid ook vaak topwedstrijden – in de Champions League bijvoorbeeld. Eigenlijk zou Hans Duikersloot nog best zelf willen voetballen, maar hij is bang dat onbesuisde tegenstanders hem blesseren. “Ik beperk het voetballen dus maar tot een balletje trappen met mijn zoon bij de Sloterplas.
Tekst Het Parool

Piet van der Kuil
Martin Koeman
Michel Kuipers
Fabian de Freitas
Clyde Wijnhard
Bryan Roy
Orlando Trustfull
Anoir Redouane
Hurşut Meriç